Aan de algemeen directeur/secretaris wordt mandaat verleend ten aanzien van de aangelegenheden die, gelet op zijn functie(beschrijving) en verantwoordelijkheden, behoren tot het werkterrein van de algemeen directeur/secretaris en die redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan het college.
Het mandaat van de algemeen directeur/secretaris heeft in ieder geval betrekking op :
het werkterrein van de managers en de functionarissen in de organisatie.
het beleid en beheer betreffende alle aspecten van de bedrijfsvoering van de organisatie met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied.
het vaststellen van de formatie.
het rechtstreeks leiding geven aan de managers en overige rechtstreeks onder hem ressorterende functionarissen.
het vertegenwoordigen van de organisatie bij intergemeentelijk overleg of overleg met de provincie.
de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archiefbescheiden op grond van de geldende regelgeving.