Aan de managers wordt mandaat verleend ten aanzien van de aangelegenheden die, gelet op hun functie(beschrijving) en verantwoordelijkheden, behoren tot hun werkterrein en die redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.
Het mandaat van de managers, voor zover niet anders bepaald, heeft in ieder geval betrekking op:
het verlenen van vakantie – of buitengewoon verlof.
het vaststellen van een eventueel werkrooster.
het accorderen van binnenlandse dienstreizen, het daarbij gebruikte vervoermiddel
alsmede de kosten ervan.
het houden van manager-medewerker gesprekken.
het aangaan van overeenkomsten in het kader van het opleiden van de medewerkers
van de afdeling.
f)het afdoen van correspondentie die betrekking hebben op de taken van de eigen
afdeling.
g)het nemen van de besluiten zoals vermeld in het Mandaatregister 2012.
De managers zijn bevoegd tot het uitoefenen van alle bevoegdheden die zijn verleend aan onder hen ressorterende functionarissen.