Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
godsdienstonderwijs: Het onderricht in bijbelkennis, bijbelse geschiedenis, godsdienstgeschiedenis en cultuurgeschiedenis van het christendom, eventueel in relatie met de geschiedenis van andere godsdiensten;
levensbeschouwelijk vormingsonderwijs: Het leveren van een bijdrage aan een geestelijke en zedelijke vorming van de leerlingen.