**1..** Het verzoek om subsidie moet bij voorkeur in de maand oktober van het lopende schooljaar worden ingediend onder opgave van:
de naam en de bevoegdheden van degenen, die met het geven van het godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs belast zijn;
de dagen en de uren waarop en de groepen waarin volgens het lesrooster bedoeld onderwijs wordt gegeven;
het aantal deelnemende leerlingen per leerjaar en/of groep, waarbij ter beoordeling van de vorming van de groepen moet worden uitgegaan van het aantal leerlingen per leerjaar, dat op 1 september van het desbetreffende schooljaar aan het godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs deelneemt.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen aan de hand van de in het eerste lid bedoelde gegevens voorschotten op het subsidie verstrekken.
**3..** Binnen twee maanden na afloop van het schooljaar verstrekken de in artikel 1, lid 1 bedoelde instellingen of organisaties per school de in artikel 5, lid 1 omschreven gegevens voor de vaststelling van de definitieve vergoeding echter onder vermelding van:
de tijdvakken gedurende welk degenen, die met het geven van godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs belast zijn geweest, hun lessen hebben gegeven;
het aantal wekelijks gegeven lessen, dat gedurende onder a bedoelde tijdvakken is gegeven.
We gebruiken noodzakelijke cookies voor je account en beveiliging. Voor thema en anonieme gebruiksstatistieken (Google Analytics) vragen we je toestemming. Meer over cookies