Het eerste agendapunt na de opening van de vergadering is
gereserveerd voor het vragenuur, tenzij er bij de voorzitter of
de raadsgriffier geen vragen zijn ingediend. In bijzondere
gevallen kan het raadspresidium bepalen dat het vragenuur op een
later tijdstip wordt geagendeerd. De voorzitter bepaalt op welk
tijdstip het vragenuur eindigt.
Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de
vraag voor 12.00 uur op de werkdag voor de raadsvergadering bij
de raadsgriffier. De raadsgriffier kan na overleg met de
voorzitter van het raadspresidium weigeren een onderwerp tijdens
het vragenuur aan de orde te stellen als hij het onderwerp niet
voldoende nauwkeurig acht aangegeven of als het onderwerp in de
raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
overige leden van de raad.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen
en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde
onderwerp.
Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 12
Artikel 51
Vragenuur
Onderdeel van Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2014, eerste wijziging