1.Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college een openbare plaats
anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar
oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en
veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10a
Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op, boven of aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening