Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
1.Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde
deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere
scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven
dat gedeelte van de weg.
2.Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op
van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.
3.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de
Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.