De burgemeester kan de vergunning intrekken:
a indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
b indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is
afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, onder e;
c indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden
voorschriften en beperkingen;
d indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van
langer dan zes maanden wordt onderbroken;