Het college verstrekt in principe geen HH1 als bedoeld in artikel 5 lid 2 onder a indien het inkomen van een ongehuwde belanghebbende of het gezamenlijke inkomen van de belanghebbende en diens echtgenoot/partner gelijk is aan of meer bedraagt dan 150% van de in het Besluit genoemde inkomensgrens die betrekking heeft op de leefvorm van belanghebbende.
Het college verstrekt een, door het college in het Besluit vast te stellen, (gedeeltelijke) financiële tegemoetkoming voor HH1 indien het inkomen van een ongehuwde belanghebbende of het gezamenlijke inkomen van de belanghebbende en diens echtgenoot/partner meer bedraagt dan 130% van de in het Besluit genoemde inkomensgrens die betrekking heeft op de leefvorm van belanghebbende, maar minder dan 150% van de in het Besluit voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrens die betrekking heeft op de leefvorm van belanghebbende.
De tegemoetkoming bedraagt de helft van de tegemoetkoming genoemd in lid 3.
Het college verstrekt een, door het college in het Besluit vast te stellen, (gedeeltelijke) financiële tegemoetkoming voor HH1 indien het inkomen van een ongehuwde belanghebbende of het gezamenlijke inkomen van de belanghebbende en diens echtgenoot/partner meer bedraagt dan 120% van de in het Besluit genoemde inkomensgrens die betrekking heeft op de leefvorm van belanghebbende, maar minder dan 130% van de in het Besluit voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrens die betrekking heeft op de leefvorm van belanghebbende.
Het college verstrekt een, door het college in het Besluit vast te stellen, financiële tegemoetkoming voor HH1 indien het inkomen van een ongehuwde belanghebbende of het gezamenlijke inkomen van de belanghebbende en diens echtgenoot/partner gelijk is aan of minder bedraagt dan 120% van de in het Besluit genoemde inkomensgrens die betrekking heeft op de leefvorm van belanghebbende.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.
Artikel 6
Inkomensgrens
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Renkum 2012