Een voorziening kan worden toegekend indien:
deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen, en
deze als de goedkoopst compenserende voorziening aan te merken is, en
deze in overwegende mate op het individu is gericht, en
geen algemene weigeringsgronden als bedoeld in lid 2 of specifieke weigeringsgronden als geformuleerd bij de artikelen die betrekking hebben op de te bereiken resultaten van toepassing zijn.
Het college weigert een voorziening:
indien de voorziening voor een persoon als de belanghebbende algemeen gebruikelijk is.
indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Renkum.
voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw.
voor zover er aan de zijde van de belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd.
voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als goedkoopst compenserend aan te merken valt.
indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordeningen Wet maatschappelijke ondersteuning en Verordeningen voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening, zoals door het college vastgesteld in het Besluit, nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de belanghebbende zijn toe te rekenen.
Lid 2 onderdeel b is niet van toepassing indien:
de aanvraag het bezoekbaar maken van een woning, als bedoeld in artikel 12, betreft, en
indien de belanghebbende een woning in de gemeente Renkum heeft gehuurd of gekocht en hij deze woning niet eerder kan betrekken nadat die woning is aangepast.
Het college verleent de voorzieningen als bedoeld in de artikelen 10 lid 2 en 24 lid 2, indien ze betrekking hebben op een woonwagen, indien:
de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is; én
de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt; én
de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag op een binnen de gemeente Renkum formeel als zodanig aangemerkte standplaats stond.
Het college verleent de voorzieningen als bedoeld in de artikelen 10 lid 2 en 24 lid 2, indien ze betrekking hebben op een woonschip, indien:
de technische levensduur van het woonschip nog minimaal vijf jaar is; én
het woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven liggen.
In afwijking van lid 4 en lid 5 kan een voorziening worden getroffen ten behoeve van een woonwagen of woonschip indien de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip minder dan vijf jaar is of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt of het woonschip niet tenminste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen. Dan bedragen de kosten van het treffen van een voorziening ten behoeve van een woonwagen of woonschip maximaal een door het college in het Besluit te bepalen bedrag.
Het college verleent slechts een persoonsgebonden budget voor de voorzieningen als bedoeld in de artikelen 10 lid 2 en 24 lid 2 ten behoeve van een binnenschip indien die voorzieningen betrekking hebben op het voor de schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel V, van het Binnenschepenbesluit (Stb. 1987, 466), van een binnenschip, dat:
a.in het register, bedoeld in artikel 783 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek als zodanig te boek is gesteld op de wijze omschreven in de maatregel te boek gestelde schepen 1992; én
bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor het vervoer van goederen, daarbij blijkens de meetbrief bedoeld in het metingbesluit binnenvaartuigen 1978 een laadvermogen van tenminste 15 ton hebbend, of voor het vervoer van meer dan 12 personen buiten de in de aanhef bedoelde personen.
8.De specifieke voorwaarden en weigeringsgronden als geformuleerd bij de artikelen die betrekking hebben op de te bereiken resultaten zijn onverkort van toepassing.
Paragraaf 6.
Artikel 39
Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Renkum 2012