De zittingsperiode van de Culturele Raad valt samen met de zittingsperiode van de raad. De aftredende leden zijn terstond herbenoembaar.
Het lidmaatschap van de Culturele raad kan te allen tijde op eigen verzoek worden beëindigd. Dit verzoek wordt schriftelijk bij burgemeester en wethouders ingediend. Het lid dat ontslag heeft genomen, blijft lid van de Culturele Raad tot zijn ontslag is aanvaard.
Bij tussentijdse vacatures geschiedt de benoeming voor de duur van de resterende zittingsperiode.
Een lid dat zonder aanvaardbare redenen veelvuldig de beraadslagingen van de Cu1turele Raad, waarin hij zitting heeft, niet bijwoont of met andere voor de Culturele Raad gewichtige redenen voor ontslag in aanmerking komt, kan op advies van de Culturele Raad ongevraagd tussentijds door burgemeester en wethouders worden ontslagen. Het ontslag wordt bij een met redenen omkleed besluit verleend nadat de betrokkene in de gelegenheid is gesteld door burgemeester en wethouders te worden gehoord.
In vacatures, die ontstaan zijn overeenkomstig het gestelde in de voorgaande leden van dit artikel, wordt ten spoedigste voorzien.
Artikel 4
ZITTINGSDUUR
Onderdeel van Verordening, regelende de samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de Culturele Raad.