Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Beleidsregel verhuur-ingebruikgeving gemeentegrond

1.. De huurder is verplicht zich te onthouden van enig handelen waardoor het deugdelijk functioneren dan wel de bereikbaarheid van de in artikel 7 genoemde voorzieningen kan worden belet of belemmerd, dan wel de voorzieningen kunnen worden beschadigd. In dit verband is het de huurder in het bijzonder verboden in het gehuurde over een strook ter breedte van één meter ter weerszijden van een kabel of leiding: dieper te spitten dan dertig centimeter; op enigerlei wijze te ontgraven of te ontgronden; het gehuurde te gebruiken voor opslag van afvalstoffen, meststoffen dan wel welcomposthopen; bomen of diepwortelende struiken te planten; palen en staven in de grond te drijven. 2.. Indien huurder wegens handelen in strijd met het vorenstaande, of anderszins, schade aan kabels en/of leidingen veroorzaakt, verplicht huurder zich tot vergoeding van daardoor aangerichte schade, geleden door het desbetreffende nutsbedrijf, de gemeente dan wel andere terzake bevoegd zijnde openbare instellingen, tenzij hij aannemelijk maakt dat de schade niet aan hem kan worden toegerekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel