1 Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
plaatsen of te laten staan op een parkeerplaats met uitzondering van het
bepaalde in artikel 7, zevende lid, van deze verordening.
2 Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten
staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd of
verhinderd.
3 Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze, met andere middelen
of met andere munten dan die welke in de kennisgeving op of bij de
parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen.
4 Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde
in het eerste lid van dit artikel.