Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 23

Handhaving orde; schorsing

Onderdeel van Reglement van orde raadscommissies Vlissingen 2011

1.. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan afronden. 2.. Indien een spreker zich beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. 3.. Onder “beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen” worden in ieder geval begrepen het naar het oordeel van de voorzitter doen van uitlatingen of uitingen, in welke vorm dan ook, met een racistisch, seksistisch of anderszins discriminatoir karakter. 4.. Indien een spreker voortgaat van het onderwerp af te wijken, beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen te gebruiken, de orde te verstoren of niet voldoet aan de uitnodiging van de voorzitter zijn of haar rede te beëindigen wegens het verstrijken van de toegestane spreektijd, ontneemt de voorzitter hem het woord. 5.. In de zitting waarin het in het vierde lid vermelde plaats heeft gehad, mag de spreker aan wie het woord is ontnomen, of de spreker die na te zijn vermaand zijn woorden niet heeft teruggenomen, aan de beraadslagingen over het in bespreking zijnde onderwerp niet meer deelnemen. 6.. Een spreker die beledigende en onbehoorlijke uitdrukkingen als bedoeld in het vierde lid, wordt, indien hij geen gebruik maakt van de geboden gelegenheid zijn woorden terug te nemen, na op de consequenties daarvan te zijn gewezen uit de vergadering verwijderd en van de presentielijst afgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel