Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Zittingsduur

Onderdeel van Verordening Adviescommissie Kunstaankopen en opdrachten

1.. De zittingsperiode van de leden van de commissie als bedoeld in lid 1 sub a en b van artikel 3 valt samen met de zittingsperiode van de raad. De eerste maal zijn alle aftredende leden terstond herbenoembaar voor maximaal nog één periode. Voor de daarop volgende periode worden nieuwe leden gezocht. Na afloop van hun zittingsduur is maximaal één van de drie aftredende leden terstond herbenoembaar voor maximaal nog één periode. 2.. Het lid van de commissie als bedoeld in lid 1, sub e van artikel 3 is lid gedurende de adviesperiode rond het betreffende project, waartoe hij/zij is uitgenodigd zitting te nemen in de commissie. 3.. De zittingsperiode van de overige leden van de commissie als bedoeld in lid 1, sub c en d, is onbeperkt. 4.. Het lidmaatschap van de commissie kan te allen tijde op eigen verzoek worden beëindigd, voor wat betreft de leden als bedoeld in lid 1 sub a,b en e. Dit verzoek wordt schriftelijk bij het college ingediend. Het lid dat ontslag heeft genomen, blijft lid van de commissie tot zijn ontslag is aanvaard. 5.. Een lid dat zonder aanvaardbare redenen veelvuldig de beraadslagingen van de commissie, waarin hij zitting heeft, niet bijwoont of met andere voor de commissie gewichtige redenen voor ontslag in aanmerking komt, kan op advies van de commissie ongevraagd tussentijds door burgemeester en wethouders worden ontslagen. Het ontslag wordt bij een met redenen omkleed besluit verleend nadat de betrokkene in de gelegenheid is gesteld door het college te worden gehoord. 6.. In vacatures, die ontstaan zijn overeenkomstig het gestelde in de voorgaande leden van dit artikel, wordt ten spoedigste voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel