**1..** De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar 39% van:
a.de norm bedoeld inartikel 21 onder a , vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 lid 2 van de wet, voor een alleenstaande;
b.de norm bedoeld in artikel 21 onder b van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 lid 2 van de wet, voor een alleenstaande ouder;
c.de norm bedoeld in artikel 21 onder c van de wet, voor gehuwden; zoals deze artikelen gelden op 1 januari van het jaar waarin de peildatum valt.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
**3..** Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
**4..** De bedragen die ontstaan uit de berekening van het eerste lid, worden naar beneden afgerond op hele euro’s.
Hoofdstuk 2:
Artikel 4.
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG 2012