Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening WWB gemeente Renkum 2012

1.. De toeslag bedraagt 20% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De toeslag bedraagt 10% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 3.. Indien de in artikel 2 bedoelde persoon aantoonbare woonkosten heeft hoger dan 18% van de gezinsnorm, bedraagt de toeslag, in afwijking van het gestelde in het tweede lid, 20% van de gezinsnorm. 4.. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: het minderjarige thuisinwonend kind; het zorgbehoevende gezinslid of niet-gezinslid die door de uitkeringsgerechtigde wordt verzorgd; 5.. Ongeacht de woonsituatie van belanghebbende, wordt de toeslag op grond van artikel 29 WWB als volgt verlaagd vastgesteld: De toeslag bedraagt 0 % van de gezinsnorm indien het een jongere van 21 jaar met een arbeidsverplichting betreft; De toeslag bedraagt 10% van de gezinsnorm indien het een jongere van 22 jaar met een arbeidsverplichting betreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel