De periode van verlaging van de uitkering, zoals bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14, wordt verdubbeld, indien de uitkeringsgerechtigde zich binnen 12 maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan dezelfde of ernstiger verwijtbare gedraging.
Als een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan verschillende gedragingen als genoemd in dit hoofdstuk, wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van de maatregel uitgegaan van de gedraging waarop de zwaarste maatregel is gesteld.
Volharding en heroverweging