Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III.

Artikel 14.

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Maastricht 2013

Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd en naar de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwaterwater dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel/eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid niet bekend zijn wordt het waterverbruik door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel