Met inachtneming 4an het in het derde en vierde lid bepaalde vindt
aan de school afvloeiing plaats in de volgende volgorde:
eerst de belanghebbende met een tijdelijke aanstelling, met
uitzondering van de tijdelijk aangestelde ter
vervanging;
vervolgens de belanghebbende met een vaste aanstelling.
Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt de
hiernavolgende volgorde aangehouden:
eerst degene die aan het bevoegd gezag schriftelijk te
kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen afvloeiing te
hebben, waarbij de oudste in leeftijd het eerst in
aanmerking komt;
vervolgens degene die de minste diensttijd heeft, waarbij in
geval van gelijke diensttijd de jongste in leeftijd het
eerst in aanmerking komt.
De directeur van een school voor basis-, speciaal en voortgezet
speciaal onderwijs vloeit slechts af bij de opheffing van de
school.
De belanghebbende die op grond van de eerste twee leden van dit
artikel voor afvloeiing in aanmerking komt en die de laatste aan de
basisschool verbonden onderwijsgevende is in het bezit van de akte
leidster of hoofdleidster bij het kleuteronderwijs of een hiermee
gelijkgestelde akte, wordt tot 31 juli 1996 voor ontslag
overgeslagen.
Artikel 2
Afvloeiingsvolgorde
Onderdeel van Verordening betreffende de volgorde van afvloeiing van het onderwijzend personeel van de openbare scholen voor basisonderwijs