De aanvraag voor een inritvergunning kan worden geweigerd op basis van de weigeringsgronden in artikel 1:8 en artikel 2:12 van de APV. Deze weigeringsgronden zijn als volgt:
Openbare orde;
Openbare veiligheid;
Volksgezondheid;
Bescherming van het milieu;
Bruikbaarheid van de weg;
Veilig en doelmatig gebruik van de weg;
Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
Bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente.
Bij het weigeren van de aanvraag dienen alle argumenten te worden omschreven. Deze kunnen betrekking hebben op meerdere weigeringsgronden.
In de volgende artikelen wordt aangegeven welke weigeringsgronden behoren bij een aantal beleidsregels.