De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
van degene die verblijft in een toegelaten instelling als
bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating
Zorginstellingen;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft
in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g en h van voornoemde
wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in
artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het
Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is
verschuldigd.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting