De belasting wordt geheven van degene die bij het begin
van het belastingjaar het genot heeft krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat
direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
riolering.
Ingeval het perceel een onroerende zaak is wordt, als
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
aangemerkt degene die bij het begin van het
belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie
is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
is.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing