Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 11

Subsidievaststelling

Onderdeel van Verordening garantstelling gemeente Venray

1.. Indien er sprake is van een verzoek tot nakoming van de borgtochtovereenkomst leggen zowel de geldlener als de geldnemer de door het college nader te bepalen gegevens over die voor het beoordelen van de aanvraag tot subsidievaststelling van belang zijn. 2.. Indien de looptijd van de borgtochtovereenkomst is verstreken zonder dat een verzoek tot nakoming van de borgtochtovereenkomst is gedaan, wordt de subsidie vastgesteld op nihil. De geldnemer informeert daartoe binnen vier weken na het verstrijken van de overeenkomst het college en verzoekt om vaststelling van de subsidie. 3.. Het college stelt binnen maximaal 13 weken na ontvangst van het verzoek tot nakoming conform lid 1 dan wel het verzoek tot subsidievaststelling conform lid 2 de subsidie vast. 4.. De subsidie kan naast de gevallen, vermeld in artikel 4:46, tweede en derde lid van de wet, lager worden vastgesteld, indien: is gebleken dat de gelden uit de overeenkomst tot geldlening waarvoor garantstelling is gevraagd aan andere activiteiten zijn besteed dan waarvoor de garantstelling is verleend; de geldnemer feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is geweest. Dit geldt zowel indien dit reeds vóór de vaststelling is geconstateerd en hierin ondanks een schriftelijke waarschuwing geen verandering is gebracht dan wel indien dit wordt geconstateerd op het moment van vaststelling; het bestuur van de geldnemer naar het oordeel van het college een financieel wanbeleid voert; de instelling bij rechterlijk vonnis is ontbonden; door het bestuur of de Algemene Leden Vergadering besloten is om de rechtbank te verzoeken de instelling te ontbinden; door de rechtbank aan de instelling surséance van betaling is verleend of de instelling in staat van faillissement is verklaard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel