**1..** Bij het verstrekken van de voorzieningen:
Hulp bij het huishouden in natura (art. 8 b);
Hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het huishouden (art. 8 c);
Woonvoorziening in natura (art. 13 b van de Wmo-verordening);
Woonvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget te besteden aan een individuele woonvoorziening (art. 13 c van de Wmo-verordening);
Individuele vervoersvoorziening in natura (art. 22 b van de Wmo-verordening);
Individuele vervoersvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (art. 22 c van de Wmo-verordening).
is een eigen bijdrage verschuldigd. Voor de bepaling van de hoogte van de eigen bijdrage zijn de parameters vermeld in artikel 4.1 lid 1 onder a, b, c en d van het besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing.
**2..** Bij de verstrekking van de voorziening hulp bij het huishouden in natura is de maximale eigen bijdrage per uur gelijk aan de tegenwaarde van de uurprijs per zorgaanbieder zoals dat door het College van burgemeester en wethouders aan de betrokken zorgaanbieder wordt betaald.
**3..** Bij de verstrekking van hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget is de maximale eigen bijdrage per uur gelijk aan de uurprijs op basis waarvan de hoogte van het persoonsgebonden budget is bepaald.
**4..** Bij de verstrekking van de overige voorzieningen in lid 1 van dit artikel is de maximale eigen bijdrage gelijk aan de kostprijs van de voorziening.
**5..** Bij de verstrekking van een voorziening die bestaat uit het verschaffen in eigendom van een roerende zaak dan wel een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de aanvrager wordt, met inachtneming van het gestelde in lid 4, gedurende 39 perioden van vier weken een eigen bijdrage in rekening gebracht.
**6..** Bij de verstrekking van een voorziening in bruikleen geldt, met inachtneming van het gestelde in lid 4, geen maximale periode gedurende welke de eigen bijdrage in rekening kan worden gebracht.