1. Betreft de klacht:
a. een medewerker van de gemeente (niet werkzaam bij de griffie), dan zal het afdelingshoofd de klacht onderzoeken. Indien het betreffende organisatieonderdeel geen afdelingshoofd kent, dan zal de sectormanager dan wel (bij ontbreken daarvan) de gemeentesecretaris de klacht onderzoeken;
b. een afdelingshoofd, dan zal de sectormanager de klacht onderzoeken;
c. een sectormanager, dan zal de gemeentesecretaris de klacht onderzoeken;
d. de gemeentesecretaris, het college van burgemeester en wethouders dan wel één of meer leden daarvan, dan zal de burgemeester de klacht onderzoeken;
e. de burgemeester (als lid van het college dan wel als zelfstandig bestuursorgaan), dan zal de locoburgemeester de klacht onderzoeken;
f. de burgemeester (als voorzitter van de raad), dan zal zijn waarnemer aangewezen op grond van artikel 77 van de Gemeentewet de klacht onderzoeken;
g. de raad, dan wel één of meer leden daarvan, of de griffier, dan zal de burgemeester (als voorzitter van de raad) de klacht onderzoeken;
h. een medewerker van de griffie, dan zal de griffier de klacht onderzoeken.
2. In alle gevallen wordt getracht de klacht eerst op eenvoudige wijze telefonisch dan wel mondeling af te doen. Indien dit naar tevredenheid van de klager is, zal de klachtenbehandelaar de behandeling van de klacht beëindigen. In die situatie zal het bestuursorgaan schriftelijk bevestigen dat de klacht naar tevredenheid van de klager is afgehandeld.
3. Voor zover nodig kan bij de behandeling van een klacht ondersteuning worden verleend door de klachtencoördinator.