1. De klachtenbehandelaar hoort de klager en degene over wiens gedraging wordt geklaagd in elkaars aanwezigheid, tenzij verzocht is om niet in elkaars tegenwoordigheid te worden gehoord.
2. De klager en degene over wiens gedraging wordt geklaagd, worden schriftelijk uitgenodigd.
3. Zij kunnen zich laten bijstaan door getuigen, adviseurs en/of deskundigen.
4. Indien zij zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, dient een schriftelijke machtiging te worden overgelegd. Dit geldt niet voor gemachtigden, die als advocaat of procureur zijn ingeschreven.
5. Van het horen wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt meegezonden bij de schriftelijke reactie van het bestuursorgaan op de klacht.