Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7.

Vaste activa: investeringscalculatie, waardering & afschrijving

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Delft

Het college biedt éénmaal per vier jaar een (geactualiseerde) nota Investeringen, Reserves en Voorzieningen aan. In deze nota worden aanvullende regels vastgelegd. Investeringscalculaties voor investeringen in relatie tot vastgoed groter dan € 100.000 worden gebaseerd op de netto contante waarde-methode, rekening houdend met alle ontvangsten en uitgaven gerelateerd aan het betreffende activum. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden indien deze lager dan € 100.000 zijn direct ten laste van de exploitatie gebracht. Bij bedragen hoger dan € 100.000 is de maximale afschrijvingstermijn gelijk aan de looptijd van de lening, of de eventueel kortere economische levensduur van het activum waarvoor de lening is afgesloten. Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief worden in maximaal 5 jaar afgeschreven. Onder investeringen worden naast initiële investeringen ook vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen gerekend, daarmee ook groot onderhoud en renovatie. De in dit artikel vermelde afschrijftermijnen houden in dat ten tijde van het verstrijken van de afschrijftermijnen bij ongewijzigd beleid vervanging/groot onderhoud/renovatie zal plaatsvinden. Hiertoe zullen als dekkingsmiddel de vrijkomende afschrijvingen beschikbaar blijven. Indien economisch mogelijk wordt het actief langer gebruikt dan de in dit artikel bepaalde afschrijftermijnen. Uit doelmatigheidsoverwegingen is het toegestaan om activa met een geringe waarde niet te activeren. Er is sprake van een geringe waarde bij aanschaffingen van maximaal € 7.500, die op jaarbasis een totaalbedrag per categorie aanschaffingen ad € 100.000 niet overschrijden. Bijdragen van derden, waaronder bijdragen uit hoofde van stedelijke vernieuwing, worden in mindering gebracht op investeringen. Routinematige investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden niet geactiveerd. In geval van grondexploitaties worden investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut alsmede de investeringen in de riolering niet geactiveerd doch middels de betreffende grondexploitatie verrekend met de algemene reserve gebiedsontwikkeling. Beschikbare specifieke reserves worden in mindering gebracht op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. De afschrijftermijnen bij gebouwen worden bepaald op basis van de componentenbenadering. De afschrijftermijnen voor investeringen met een economisch nut zijn: 40 jaar Gebouwen (waaronder woonruimten en bedrijfsgebouwen), sportvelden; 25 jaar Parkeerterreinen (betaald parkeren); 20 jaar Gebouwgebonden installaties zoals kabels en leidingen; 15 jaar Gebouwgebonden installaties zoals CV en elektrische installaties; sneeuwschuivers; 10 jaar Ondergrondse containers, bekabeling automatisering, inrichting gebouwen, auto's ; 8 jaar Tractie en machines; 7 jaar Telefooncentrales, inbraakbeveiliging; 6 jaar Grote maaimachines; 5 jaar WMO-voorzieningen; 3-5 jaar ICT-Middelen; Niet Gronden en terreinen (tenzij openbare ruimte met maatschappelijk nut), kunstvoorwerpen, strategische investeringen (tot doel op termijn te herontwikkelen). Afschrijftermijnen voor investeringen in riolering zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). 14.De afschrijftermijnen voor investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut zijn: a. 40 jaar Bruggen (steen en beton); b. 25 jaar Wegen, straten en pleinen, openbare verlichting, parkeerterreinen (onbetaald parkeren), kademuren, bruggen (hout en staal); c. 12 jaar Verkeersregelinstallaties; d. 10 jaar Groenvoorzieningen; e. -Niet - Gronden en terreinen, voor zover openbare ruimte met maatschappelijk nut. Groot onderhoud/renovatie, geactiveerd in de periode tot en met 2003, kent een afschrijvingsduur van 25 jaar. Renovatie, geactiveerd vanaf 2004, wordt afgeschreven in een looptijd die in overeenstemming is met de na renovatie resterende levensduur van het betreffende (deel van het) activum. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven volgens de in lid 13 en lid 14 opgesomde afschrijftermijnen. Het college kan hier gemotiveerd van afwijken. Versnelde afschrijving is toegestaan op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Dergelijke afwijkingen worden toegelicht in de jaarstukken. De afschrijving van activa start op 1 januari na het jaar van ingebruikname. Ook de renteberekening start op 1 januari na het jaar van ingebruikname. Van het in dit artikel bepaalde kan door het college worden afgeweken. Afwijkingen worden schriftelijk gemotiveerd in het betreffende investeringsvoorstel. Ten aanzien van afwijkingen op de in artikel 13 en 14 bepaalde afschrijftermijnen geldt daarnaast dat het college deze afwijkingen vaststelt met inachtneming van: het Besluit Begroting & Verantwoording; en relevante beantwoording op vragen aan de commissie BBV; en vorenstaande afschrijftermijnen; en reeds vastgestelde afwijkende afschrijftermijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel