Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2012

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990 (RVV 1990); voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Voertuigreglement met dien verstande dat gehandicaptenvoertuigen, fietsen en bromfietsen op twee wielen en niet voorzien van een carrosserie niet als voertuigen worden beschouwd; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor een gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeentegelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen onder maartschappelijke opvattingen overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

Rechtspraak bij dit artikel