Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling Geluidhinder

Artikel 4:4

Wijze van geluidmeten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (II)

1.. Metingen en berekeningen ter controle van voornoemde geluidniveaus vinden plaats overeenkomstig de HRMI-99. 2.. In tegenstelling tot de HRMI-99 wordt geen correctie voor herkenbaar muziekgeluid toegepast, wordt geen bedrijfsduurcorrectie toegepast, wordt niet gecorrigeerd voor gevel- of andere reflecties en vindt geen correctie ten aanzien van de nagalmtijd plaats. 3.. In tegenstelling tot de HRMI-99 mogen metingen ook uitgevoerd worden met een, volgens de specificaties van IEC-publicatie 651: 1979, type 2 geluidniveaumeter. 4.. Metingen in de buitenlucht vinden plaats op een hoogte van minimaal 1,5 m en maximaal 2 m boven plaatselijk maaiveld. 5.. In geval het geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw wordt vastgesteld, wordt de gevel op de begane grond ook als gevel van het geluidgevoelig gebouw gezien als geluidgevoelige ruimten slechts op de hoger gelegen etages aanwezig zijn. 6.. Bij het vaststellen van het geluidniveau van versterkte muziek wordt ook een daarbij aanwezig aandeel van onversterkte muziek meegenomen.

Rechtspraak bij dit artikel