Naar hoofdinhoud
1.Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van 30 jaar het recht op een eigen graf of voor 20 jaar het recht op een eigen urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende, mits gedaan binnen twee jaren voor het verstrijken van de lopende termijn, verlengd, doch telkens niet langer dan tien jaren. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de in artikel 20, lid 1, bedoelde personen. Een uitsluitend recht op een eigen graf geeft de rechthebbende zeggenschap over wie in dat graf wordt begraven en begraven wordt gehouden, onder de voorwaarden en de beperkingen van deze verordening. Een recht als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 20, lid 1. Het in lid 1 van dit artikel bedoelde uitsluitend recht wordt door het college schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte. Rechthebbenden kunnen, tegen betaling van de daarvoor verschuldigde leges, een duplicaatakte verkrijgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel