1Een ambtenaar verleent op verzoek van de gemeentesecretaris ambtelijke bijstand tenzij:
a) het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de
werkzaamheden van de raad;
b) dit het belang van de gemeente kan schaden
c) het raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt van het hem op grond van artikel 6
beschikbaar gestelde aantal uren ambtelijke bijstand.
2De gemeentesecretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid
2 geweigerd wordt.
3 Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de gemeente-secretaris dit gemotiveerd mee aan de griffier én aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
Hoofdstuk › Paragraaf 1
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2009