**1..** De instelling doet onverwijld schriftelijk melding aan het college
zodra:
aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat
niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot
subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden
voldaan.
er aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan
tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote
uitgaven en inkomsten, onder vermelding van de oorzaak van
de verschillen.
er relevante wijzigingen in de financiële en
organisatorische verhouding met derden plaatsvinden.
er een wijziging van de statuten voornemens is, voor zover
het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de
bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon of indien men
over wil gaan tot ontbinding van de rechtspersoon.
**2..** Het verlenen van subsidie vindt slechts plaats voor zover dit past
binnen de door de gemeente geformuleerde beleidsdoelstellingen zoals
aangegeven in het programma en/of de daaraan gerelateerde
beleidsnota’s.
**3..** Een instelling dient er zorg voor te dragen dat de uit te voeren
werkzaamheden en activiteiten voldoen aan de kwaliteitswetgeving en
beroepsnormen.
**4..** Een instelling dient waar mogelijk de activiteiten af te stemmen op
die van soortgelijke instellingen en met andere instellingen samen
te werken indien het college daarvoor aanwijzingen geeft.
**5..** De instelling verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is
verleend.
**6..** De instelling behoeft de toestemming van het college voor
handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.
Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van een verzoek van
de instelling over te geven toestemming. De beslissing kan eenmaal
met ten hoogste vier weken worden verdaagd. Als over de toestemming
niet tijdig is beslist wordt de toestemming geacht te zijn
geweigerd.
**7..** Het college kan een instelling verplichtingen opleggen met
betrekking tot:
De wijze waarop de administratie en jaarstukken zijn
ingericht;
De kwaliteit en de effectiviteit van de activiteiten,
waarvoor de subsidie is verleend;
De kwaliteit van het personeel en van de ruimtelijke
voorzieningen;
De omvang en de aard van de eigen inkomsten en van die van
aan de instelling gelieerde instelling of instellingen;
De rapportage ten behoeve van de vaststelling.
**8..** De instelling dient zich deugdelijk verzekerd te hebben tegen
risico’s.
**9..** De instelling verleent, op verzoek, aan het college of aan door of
namens hem aangewezen personen te allen tijde inzage in de
administratie en verstrekt de inlichtingen die voor de beoordeling
van de besteding van de subsidie van belang kunnen zijn.
**10..** Indien door of namens de rijksoverheid na overleg met het college of
door of namens het college onderzoekingen in relatie tot de
verstrekte subsidie op het terrein van het welzijn worden ingesteld,
verleent een instelling op verzoek van het college daaraan de nodige
medewerking.
Hoofdstuk 7.
Artikel 16.
Overige verplichtingen van de instelling met betrekking tot subsidie
Onderdeel van Subsidieverordening gemeente Dongen 2012