**1..** Het subsidieprogramma wordt één maal in de vier jaar door de raad
vastgesteld, voor een periode van vier jaar.
**2..** In principe worden de subsidiebedragen jaarlijks geïndexeerd. Indien
de gemeentelijke financiën daartoe aanleiding geven, kan worden
afgezien van indexering in enig jaar. Achteraf volgt over dat jaar
ook géén over- of ondercompensatie. Bij de vaststelling van het
indexeringspercentage wordt vastgehouden aan de indexcijfers, zoals
jaarlijks gecommuniceerd door de VNG. Gedurende het begrotingsjaar
vindt geen bijstelling van de indexpercentages plaats. Wel kan bij
eventuele onder- of overcompensatie in het volgende jaar een
correctie plaatsvinden. Als norm daarvoor gelden de afzonderlijke
stijgingspercentages van de looncomponent binnen de Cao’s welzijn,
bibliotheekwerk en kunsteducatie, zoals door de VNG jaarlijks
gecommuniceerd wordt. Voor vrijwilligersorganisaties gaat het alleen
om indexering aan de hand van het prijspercentage.
**3..** In geval van regionaal werkende instellingen en gemeenschappelijke
regelingen kan een afwijkende indexering mogelijk en/of noodzakelijk
zijn.