1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 en 8 gelden de verboden, vervat in artikel 2, eerste lid, onder a en b van de wet, niet op ten hoogste twaalf, door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen, zon- en feestdagen per kalenderjaar.
2. Een verzoek om een aanwijzing dient te zijn voorzien van advies door het bestuur van
de plaatselijke ondernemersvereniging of de overkoepelende federatie.
3. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk.