**1..** Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.
**2..** Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij de herleiding wordt een gedeelte van de kalendermaand voor een volle maand gerekend.
**3..** De bepaling van de hoeveelheid toegevoerd water geschiedt aan de hand van een opgave van het waterleidingbedrijf N.V. Hydron Zuid-Holland.
**4..** Indien het eigendom niet is voorzien van een watermeter wordt de hoeveelheid afgenomen water vastgesteld op 250 m3.
**5..** Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een
Watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen of
Bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling
**6..** De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd
Artikel 4
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolafvoerrechten 2009