Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5a

Onderzoek benoembaarheid wethouders

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Hilvarenbeek 2011

1. Bij elke benoeming van een of meer wethouders stelt de raad, op voorstel van de voorzitter, een ad-hoc commissie “benoembaarheid wethouders” in, die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van de kandidaat wethouders. 2. De commissie bestaat uit drie leden van de raad en wordt bijgestaan door de griffier. In geval van een tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie waardoor de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegebenoeming geldt deze eis niet. 3. De kandidaat wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. 4. De commissie toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van in elk geval een zestal voorschriften:- de verklaring van goed gedrag;- de artikelen 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten);- de artikelen 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties);- artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies);- de artikelen 41c, 15 en 46 Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen); en- de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente. 5. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd. 7. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de ad hoc commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 8. Na de benoeming door de raad van de wethouders leggen de wethouders de in artikel 41a van de Gemeentewet bedoelde eed of verklaring/belofte af in de handen van de voorzitter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel