In geval van het overlijden van een raadslid, wordt aan de weduwe,
weduwnaar of geregistreerd partner een eenmalige uitkering gedaan ten
bedrage van de raadsvergoeding die het raadslid maximaal over drie
maanden op grond van het in artikel 2 bepaalde zou hebben ontvangen.
Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner
nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige,
natuurlijke en pleegkinderen.
Hoofdstuk II
Artikel 13
Overlijdensuitkering
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007