Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 10

– Tarieven

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de scheepvaartrechten 2012

1.. Het havengeld bedraagt, indien het per keer wordt berekend: a1. voor sleepboten, baggermolens, elevatoren, drijvende werktuigen en werkinrichtingen, zogenaamd aannemersmateriaal, boten- en badhuizen, woonschepen, houtvlotten, balken, aanlegsteigers en dergelijke, voor iedere m2 in te nemen plaatsruimte € 0,135 a2. voor passagiersschepen voor iedere m2, met dien verstande dat indien het verblijf in de haven ten hoogste één dag duurt geen havengeld wordt geheven € 0,135 a3. voor pleziervaartuigen voor iedere m2 in de te nemen plaatsruimte en per dag € 0,17 b. voor carrouselschepen, voor iedere m2 oppervlakte € 0,15 c. voor alle overige vaartuigen met uitzondering van zeevaartuigen per m3 waterverplaatsing € 0,135 d. voor zeevaartuigen, geen pleziervaartuigen zijnde, per bruto-ton draagvermogen € 0,145 2.. In geval door een vaartuig minder dan de helft van de totale scheepstonnage en/of kubieke meters inhoud wordt geladen of gelost, wordt het havengeld berekend over de helft van de scheepstonnage en/of kubieke meters inhoud, ongeacht hoeveel minder dan de helft wordt gelost of geladen.

Rechtspraak bij dit artikel