**1..** Het havengeld bedraagt, indien het per keer wordt berekend:
a1.
voor sleepboten, baggermolens, elevatoren,
drijvende werktuigen en werkinrichtingen,
zogenaamd aannemersmateriaal, boten- en badhuizen,
woonschepen, houtvlotten, balken, aanlegsteigers
en dergelijke, voor iedere m2 in te
nemen plaatsruimte
€ 0,135
a2.
voor passagiersschepen voor iedere
m2, met dien verstande dat indien het
verblijf in de haven ten hoogste één dag duurt
geen havengeld wordt geheven
€ 0,135
a3.
voor pleziervaartuigen voor iedere m2
in de te nemen plaatsruimte en per dag
€ 0,17
b.
voor carrouselschepen, voor iedere m2
oppervlakte
€ 0,15
c.
voor alle overige vaartuigen met uitzondering
van zeevaartuigen per
m3 waterverplaatsing
€ 0,135
d.
voor zeevaartuigen, geen pleziervaartuigen
zijnde, per bruto-ton draagvermogen
€ 0,145
**2..** In geval door een vaartuig minder dan de helft van de totale
scheepstonnage en/of kubieke meters inhoud wordt geladen of gelost,
wordt het havengeld berekend over de helft van de scheepstonnage
en/of kubieke meters inhoud, ongeacht hoeveel minder dan de helft
wordt gelost of geladen.
HOOFDSTUK II
Artikel 10
– Tarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de scheepvaartrechten 2012