Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2012

1. In de gevallen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is het marktgeld verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar door beëindiging van het abonnement eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde marktgeld als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplichtige aantoont dat hij ten gevolge van overmacht gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 4 opeenvolgende weken de ter beschikking gestelde plaats niet heeft kunnen innemen en hij gedurende die periode de standplaats niet door een ander heeft laten innemen, wordt op verzoek ontheffing verleend voor een kalendermaand over elke volle 4 opeenvolgende weken waarin van de vaste plaats geen gebruik kan worden gemaakt. 5. In de gevallen, anders dan die bedoeld in artikel 5, lid 1, is het marktgeld verschuldigd bij aanvang van het gebruik van de marktplaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel