Naar hoofdinhoud
1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na de op het aanslagbiljet vermelde dagtekening. 2. Ingeval belastingplichtigen een machtiging tot automatische incasso hebben afgegeven kunnen de aanslagen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden betaald in tien gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. In afwijking van het tweede lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere heffingen meer is dan € 4.000,-- of minder dan € 100,--, dat de aanslagen moeten worden betaald conform het bepaalde in lid 1 van dit artikel. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen

Rechtspraak bij dit artikel