**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, kan een maatregel worden opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
bij een periode van 3 maanden of korter: 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand;
bij een periode van 3 tot 6 maanden: 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand;
bij een periode van 6 maanden en langer: 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.
**3..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt in afwijking van lid 2 de maatregel bij onverantwoord interen van vermogen op de volgende wijze vastgesteld:
bij een periode van 3 maanden of korter: 10% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden;
bij een periode van 3 tot 6 maanden: 20% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden;
bij een periode van 6 maanden of langer: 50% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden.
**4..** Indien geen periode kan worden vastgesteld bedraagt de maatregel 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand.
Hoofdstuk4.
Artikel 15.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verordening afstemming WWB 2012