Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Recht op voorzieningen

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Bodegraven-Reeuwijk

1.. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen; een uitzondering hierop wordt gevormd indien voor een afzienbare periode hulp bij het huishouden nodig is. deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht. 2.. Géén voorziening wordt toegekend: indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling of privaatrechtelijke overeenkomst aanspraak op de voorziening bestaat; indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk; voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt of aanvrager reeds andere verplichtingen is aangegaan voor de datum van beschikken; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen. 3.. Indien de persoon die in het bezit is van een voorziening welke is toegekend door de gemeente Bodegraven-Reeuwijk verhuist naar een andere gemeente, wordt de voorziening die in natura verstrekt is in Bodegraven-Reeuwijk ingenomen of wordt het ten onrechte verstrekte persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden teruggevorderd en kan de persoon in de gemeente waar deze zich zal vestigen opnieuw de voorziening aanvragen.

Rechtspraak bij dit artikel