Gemeenten zijn niet verplicht gebruik te maken van de wet BIBOB. Voor de gemeente Heusden is het echter van belang om dit instrument toe te passen. Met dit instrument wordt immers al het mogelijke gedaan om criminele activiteiten te bestrijden. Aangezien het een nieuw instrument betreft en er nog de nodige ervaring mee moet worden opgedaan, wordt de wet vooralsnog niet in de volle breedte toegepast. Dit is nader uitgewerkt in de artikelen 3 en 4 van de beleidsregels. In artikel 3 wordt de wet toegepast in een aantal sectoren, waar risico’s op ongewenste criminele activiteiten het meest aanwezig of het grootst kunnen worden geacht. Het gaat om vergunningen ten behoeve van horeca-inrichtingen en seksinrichtingen.
a. Vergunningen ten behoeve van horeca-inrichtingen
De horecasector omvat alle inrichtingen vallend onder het bereik van de Drank- en Horecawet, de Opiumwet en hoofdstuk 2, afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening.
De wet BIBOB wordt toegepast op cafés en restaurants (de natte horeca), cafetaria’s en afhaalzaken (de droge horeca), indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bepaald bedrijf of wijziging van de ondernemingsvorm, op grond van artikel 3, eerste lid, onder a, sub I en II van de beleidsregels. De toevoeging “indien sprake is van …”zorgt ervoor dat de wet vooralsnog niet in de volle breedte wordt toegepast.
Indien aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht zou kunnen worden gebruikt ter facilitering van criminele activiteiten, kan getoetst worden indien de vergunninghouder een wijzigingsvergunning aanvraagt of indien zich een intrekkingsgrond (tweede lid) of een bijzondere situatie als bedoeld in artikel 4 van de beleidsregels voordoet.