Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 5.

Vragenlijst

Onderdeel van Beleidsregels wet BIBOB

1.. In alle in artikel 3 en 4 bedoelde gevallen moet betrokkene naast de gebruikelijke vragenlijsten BIBOB-vragenlijsten invullen. 2.. De in het eerste lid bedoelde vragenlijsten worden door het bestuursorgaan bij openbaar bekend te maken besluit vastgesteld. 3.. Weigering om de in het eerste lid bedoelde BIBOB-vragenlijst in te vullen kan een grond opleveren om de aanvraag te weigeren respectievelijk de beschikking in te trekken. 4.. Het derde lid is niet van toepassing op overheidsopdrachten. Artikel 6. Regulier afhandelen Het bestuursorgaan gaat over tot het positief beschikken op de aanvraag indien noch de reguliere weigeringsgronden behorende bij de in artikel 3 genoemde vergunningen en overheidsopdrachten, noch de weigeringsgronden op grond van de wet van toepassing zijn. Onverminderd het bepaalde in art. 11 van deze beleidsregels weigert het bestuursorgaan de aanvraag of gaat over tot het intrekken van beschikkingen danwel het ontbinden van overeenkomsten, indien de reguliere weigeringsgronden behorende bij de in artikel 3 genoemde vergunningen en overheidsopdrachten van toepassing zijn. Artikel 7. Ultimum remedium uitsluitend indien geen toepassing gegeven kan worden aan artikel 6 van deze beleidsregels, beoordeelt het bestuursorgaan of weigering, danwel intrekking of ontbinding op grond van de wet mogelijk is. het bestuursorgaan kan om een advies vragen in het kader van de in het eerste lid bedoelde beoordeling én indien het bestuursorgaan door het Openbaar Ministerie is gewezen op de wenselijkheid daarvan. Artikel 8. Motivering Het voornemen om een advies aan te vragen wordt gemotiveerd. Artikel 9. Informatieplicht Het bestuursorgaan informeert betrokkene schriftelijk over het voornemen om een advies aan het Bureau aan te vragen. Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 10 van deze beleidsregels. In het geval het bestuursorgaan overgaat tot het aanvragen van een advies aan het Bureau, voegt het een afschrift van het schrijven als bedoeld in het eerste lid toe aan de adviesaanvraag. Artikel 10. Opschorten beslistermijn Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt, wordt op grond van artikel 31 van de wet de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies is aangevraagd en eindigt met de dag waarop dat advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan vier weken nadat het bestuursorgaan een advies heeft aangevraagd. De in het eerste lid bedoelde (beslis)termijn wordt verlengd indien het Bureau zijn adviestermijn op grond van artikel 15, derde lid van de wet, verlengt. Deze verlenging bedraagt niet meer dan vier weken. Het bestuursorgaan informeert betrokkene onverwijld over een verlenging als bedoeld in het tweede lid. Artikel 11. Weigering en aanvullende voorwaarden Het bestuursorgaan weigert in elk geval een aanvraag of gaat over tot intrekking van de beschikking danwel ontbinding van de overeenkomst op grond van de wet, indien sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. Het bestuursorgaan kan de aanvraag weigeren, de beschikking intrekken danwel de overeenkomst ontbinden, indien sprake is van een minder mate van gevaar die niet kan worden geweerd door het stellen van aanvullende voorwaarden en bovendien de gevolgen van deze weigering niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Indien het bestuursorgaan voornemens is de aanvraag te weigeren, de beschikking in te trekken danwel de opdracht te ontbinden op grond van de wet, wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijzen in te brengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel