Ter voldoening aan het gestelde in artikel 18, lid 3 van de WWB dient
bij een verlaging, die met toepassing van artikel 5, lid 2, sub c van
deze verordening op 3 maanden is vastgesteld, aan het einde van die
termijn te worden vastgesteld of belanghebbende de tekortkomingen heeft
hersteld. Indien dit niet het geval is, dan is artikel 4, lid 2 van deze
verordening van toepassing.
Indien de verlaging plaatsvindt in het kader van recidive als bedoeld in
artikel 4, lid 2 van deze verordening, vindt de heroverweging na
maximaal 3 maanden na de ingangsdatum van de verlaging plaats, waarbij,
indien belanghebbende de tekortkomingen heeft hersteld, alsnog besloten
kan worden tot een nadere afstemming of het afzien van de verlaging. Dit
artikel is niet van toepassing op de verlaging als genoemd in artikel 4,
lid 1, sub e van deze verordening.