Voor toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Boordelaar:
De direct leidinggevende van de medewerker.
Beoordelingsautoriteit:
De algemeen directeur.
Beoordelingsberaad:
Het beraad dat leidt tot invulling van het formulier personeelsbeoordeling.
Beoordelingsgesprek:
Een periodiek gesprek tussen beoordelaar en medewerker gericht op het beoordelen van de functie-uitoefening door de medewerker gedurende het beoordelingstijdvak.
Beoordelingstijdvak:
Het tijdvak waarop de beoordeling betrekking heeft.
Formulier personeelsbeoordeling:
Het formulier dat tijdens het beoordelingsgesprek wordt gebruikt.
Functie:
Het geheel van werkzaamheden dat door de medewerker dient te worden verricht.
Informant:
Een medewerker, niet zijnde de beoordelaar, die feiten naar voren kan brengen die van invloed kunnen zijn op de beoordeling.
Medewerker:
Degene die is aangesteld op basis van de bepalingen in hoofdstuk 2 van de CAR/UWO (Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/Uitwerkingsovereenkomst).
P&O-medewerker:
Treedt op als adviseur van de beoordelaar bij het beoordelingsberaad en bij het bepalen van de rechtspositionele gevolgen.
Raadsman / Raadsvrouw:
Een persoon, intern of extern, niet zijnde een gemeentelijke vertrouwenspersoon of personeelsconsulent, die door de medewerker is aangewezen ter ondersteuning van die medewerker bij de beoordeling.