Conform artikel 15:1:15 van de CAR/UWO wordt periodiek een beoordeling uitgebracht omtrent de wijze waarop de medewerker zijn/haar functie vervult en omtrent zijn/haar gedragingen tijdens de uitoefening van die functie en hoe deze elementen naar het oordeel van het college verbeterd kunnen worden.
Aan de hand van de beoordeling kunnen rechtspositionele beslissingen worden genomen.
De aanleiding om te komen tot een beoordeling is:
de noodzaak tot een beoordeling te komen van de functie-uitoefening van een medewerker;
de noodzaak tot een beslissing te komen over de rechtspositie van de medewerker.
Een beoordelingsgesprek kan worden gehouden:
Omdat het reguliere moment voor een beoordelingsgesprek is aangebroken;
op verzoek van de medewerker;
op initiatief van de direct leidinggevende.