De grens waarboven een auto, met een auto vergelijkbare voorzieningen en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet voor verstrekking of vergoeding in aanmerking komen, zoals genoemd in artikel 37 lid 6 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, bedraagt 1,5 maal de krachtens de Wet Werk en Bijstand van toepassing zijnde norm.