Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschre¬ven hebben dezelfde betekenis als beschreven in de Wet werk en bijstand en in de Algemene wet bestuursrecht. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; gezinsnorm: de norm, genoemd in artikel 21, eerste lid, van de wet; zorgbehoevend gezinslid: de belanghebbende, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de wet; zorgbehoevend niet-gezinslid: de belanghebbende die voldoet aan het gestelde in artikel 4, vijfde lid, van de wet, waarbij geen sprake is van eerstegraads bloed- of aanverwantschap tussen verzorger en verzorgende; woonlasten: indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; indien een eigen woning wordt bewoond, de hypotheeklasten verbonden aan de woning waarin de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft; ontbreken van woonlasten: van het ontbreken van woonlasten is sprake als er geen kosten van huur of hypotheek zijn verbonden aan de woning waarin de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft; 4.woonlasten voldaan door derden: hiervan is sprake als kosten van huur of hypotheek worden voldaan door derden; schoolverlater: de belanghebbende zoals beschreven in artikel 28 van de wet; medebewoner: de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning ook een ander zijn hoofdverblijf heeft, niet zijnde een eerstegraads bloedverwant of aanverwant en niet zijnde een ander waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd; h.college: het college van burgemeester en wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel